Type 2

Bij leerlingen die naar type 2 worden verwezen wordt de achterstand in de ontwikkeling vroeg opgemerkt. Dikwijls wordt hij reeds tijdens de eerste levensjaren opgemerkt en is vrij snel aangepaste hulp nodig (thuisbegeleiding, revalidatie, buitengewoon onderwijs…). Leerlingen uit type BaA worden soms, eens dit te moeilijk blijkt, doorverwezen naar type 2. Voor type 2 wordt zowel kleuter- als lager onderwijs voorzien.

Leerlingen in type 2 zijn per definitie kinderen met een matig tot ernstige verstandelijke beperking. Dit kunnen we beschouwen als een stoornis en we kunnen dan ook allemaal opsommen wat onze leerlingen allemaal niet kunnen.

Liever wensen we echter te benadrukken welke leer- en ontwikkelingsbehoeften we bij deze leerlingen herkennen. Leer- en ontwikkelingsbehoeften als uitganspunt garandeert een maximale ontplooiing van de persoonlijkheid en de opbouw van een positief zelfbeeld.

Eerst en vooral stellen we dat onze kinderen nood hebben aan een sfeer van veiligheid, geborgenheid, het gevoel aanvaard te zijn. Leren en zich ontwikkelen kan pas als het kind zich thuis voelt op school en – in de eerste plaats – in de klasgroep.

Elke vorm van communicatie moet gestimuleerd worden, zodat het kind zijn gevoelens kan uiten, kan vragen wat het nodig heeft, kan opkomen voor zichzelf, sociale contacten kan leggen. Muzische vorming (beeldende opvoeding, drama, muziek, beweging) speelt hierin een belangrijke rol.

We wensen onze leerlingen op te voeden tot mensen die maximaal zelfstandig kunnen leven. De ontwikkeling van een persoonlijke redzaamheid (wassen, tanden poetsen, aan-en uitkleden…) is dan ook onontbeerlijk in het programma van de type 2 – leerling.

Leren en zich ontwikkelen kan pas als het kind zich thuis voelt op school en – in de eerste plaats – in de klasgroep.


Bij het uitvoeren van taken is, naast het te bereiken product, ook het proces zeer belangrijk. Op elk moment dienen we er over te waken de motivatie, interesse en het initiatief bij onze leerlingen te stimuleren. Het opbouwen en onderhouden van een positieve relatie vormt een onderdeel van dit proces.

Onze leerlingen hebben nood aan leren dat concreet en binnen de betreffende situatie, ‘ervaringsgericht’, gebeurt. Probleemoplossend denken wordt mogelijk bij concrete problemen. Het abstracte denken en het leggen van transfers is voor hen dikwijls moeilijk.